De hooier

Vijf jaar geleden overleed de oudere broer van Timo, Ruben, bij een ongeluk. Ruben had een verstandelijke beperking en zorgde voor onrust binnen het gezin. Timo’s vader vluchtte naar zee, zijn moeder zocht verlossing in religie. Timo zelf twijfelt tussen studeren en een tussenjaar. Hij droomt van de volmaakte mens en een ontmoeting met een lotgenoot doet hem inzien welke keuze hij moet maken.

De hooier is een kleine maar intense roman over de universele vlucht van de lijdende mens.

~

‘Schitterende roman

met een indrukwekkende taalzuiverheid

en onvergetelijke personages.’

— Murat Isik over De hooier

~

(fragment)

.

Een oude man met een pet op zijn hoofd was naast hem komen zitten en keek een poosje naar de kat die zachtjes miauwend rond zijn kuiten ging. ‘Moet je zien.’ Hij wees met zijn wandelstok naar de stapelwolk die boven de brug hing als op het schilderij van een klassieke Hollandse meester, zo mooi en zo stil, met in de hoogte fel licht rond de randen, daaronder de zachtaardige rondingen, schaduwen ook, steeds donkerder, onderaan blauwgrijs en zwaar.     

     ‘De eerste sinds weken.’ Hij zette zijn stok neer.

     ‘Ja.’

     ‘Niet normaal die hitte. We gaan er allemaal aan, vroeg of laat. Dus wat maakt het uit. En toch heb ik er spijt van.’

     ‘O?’ Wat kon Timo anders zeggen.

     ‘Dat ik ’t niet kon.’

     ‘Wat dan, wat kon u niet?’ Hij keek vragend opzij en schatte de man minstens tachtig jaar oud. De groeven rond zijn mond, de rimpeltjes rond zijn ogen, de pigmentvlekken op zijn handen, in de eerste helft van de vorige eeuw moest hij zijn geboren.

     ‘Laat maar.’ Met een zakdoek wreef hij over zijn gezicht.

     ‘Misschien kan het nog?’

     ‘Te laat.’

.