Sneeuweieren

Sneeuweieren is een verhaal over verlies en verlangen.

Met wind tegen fietste Olga tussen de gaten en kuilen door. Links wuifden de rietvelden en kon ze in de verte het meer zien glinsteren, rechts lagen donkere akkers tot aan de horizon. De weg draaide in een wijde bocht om het moeras heen en na enkele kilometers gingen de keien over in asfalt; boven de bomen doemde de kerktoren op.

Olga is een gevoelige vrouw en woont met haar man Harm en hun geadopteerde zoon David in een afgelegen boerderij. Elke week zingt ze in het plaatselijke kerkkoor. Het zingen herinnert haar aan haar jeugddroom: ze had een beroemd zangeres willen worden.

In het gezin zijn spanningen. Harm ziet de dertienjarige David graag als zijn opvolger, maar David heeft andere toekomstplannen. Wanneer David op een dag niet thuiskomt en Harm naar hem op zoek gaat, vindt er een gebeurtenis plaats die Olga’s wereld voorgoed zal veranderen.

Sneeuweieren werd door recensenten in dag- en weekbladen beschouwd als het meest belovende debuut van het jaar. De roman werd opgenomen in de reeks Schrijvers van Nu (ECI), bekroond met de Academica Literatuurprijs, en er verscheen een aparte uitgave als Rainbow Pocket. Inmiddels wordt de roman voor de zesde keer herdrukt.

.

‘Aangrijpend en wonderschoon.’  – Het Parool

‘Listig houdt Van de Coevering de lezer op het puntje van zijn stoel – om vervolgens die stoel venijnig onder hem uit te trekken.’ – Joost de Vries in De Groene Amsterdammer

‘Netjes ingehouden, fijn verzorgd en degelijk geschreven.’ – Daniëlle Serdijn in De Volkskrant

‘Een fabelachtig debuut van een jonge schrijver die zich hiermee glorieus nestelt aan de kop van een jaarlijks aanwassend peloton literaire debutanten.’ – Limburgs Dagblad

‘Van de Coevering toont zich een bijzonder nieuwsgierige schrijver die midden in het leven (van alle tijd) staat.’ – Arjen Fortuin in NRC Handelsblad

‘Hier worden verdriet en de machteloosheid om daarmee om te gaan op zeldzaam mooie wijze beschreven.’ – Sonja de Jong in Noordhollands Dagblad

‘Een verrassend mooi verhaal met een krachtige onderstroom die mij meesleurde tot het einde.’  – Thomas Rosenboom

Meer Pers