‘Van alle debuten die zich in de loop der jaren op mijn bureau hebben opgestapeld, is dit die ene vondst; een kleine roman, aangrijpend en wonderschoon in zijn eenvoud.’ — Het Parool

‘Van de Coevering toont zich een bijzonder nieuwsgierige schrijver die midden in het leven (van alle tijden) staat.’ — NRC Handelsblad

‘Op het laatst is er alleen nog een catharsis mogelijk die aan de beklemmendste stukken uit Knielen op een bed violen doet denken’ — De Groene Amsterdammer

‘Uit de roman spreekt een grote nieuwsgierigheid naar hoe mensen in elkaar zitten.’ — NRC Handelsblad

‘Hier worden verdriet en de machteloosheid om daarmee om te gaan zeldzaam mooi beschreven.’ — Noordhollands Dagblad

‘Listig houdt Van de Coevering de lezer op het puntje van zijn stoel – om vervolgens die stoel venijnig onder hem uit te trekken.’ — De Groene Amsterdammer

‘Je wordt meegezogen in het harde bestaan van het boerengezin; je ruikt de kippen, de eieren, je hoort het zoemen van de lopende band.’ — Het Parool en “De Beste Boeken van het Jaar 

‘Met vaste hand schetst de auteur de hellevaart van zijn personages en voert hij hen naar hun ondergang. Een roman waarin geen woord te veel staat, een verhaal met een universele reikwijdte. Tot de laatste bladzijde intrigerend.’ — jury Academica Literatuurprijs

‘Van de Coevering heeft een uitzonderlijk sterke roman geschreven. Elke zin in Sneeuweieren is de moeite van het lezen waard vanwege de bijzondere formulering en de perfecte plaats in de opbouw van dit prachtige en pakkende verhaal.’ — juryrapport ECI-prijs Schrijvers van NU 

‘Netjes ingehouden, fijn verzorgd en degelijk geschreven.’ — De Volkskrant (Danielle Serdijn)

‘Langzaam komen de verhoudingen op scherp te staan zodat een dramatisch einde onafwendbaar is.’ — De Telegraaf

‘Mooi ingetogen debuut.’ — De Telegraaf

‘Een fabelachtig debuut van een jonge schrijver die zich hiermee glorieus nestelt aan de kop van een jaarlijks aanwassend peloton literaire debutanten.’ — Limburgs Dagblad

‘Knap is nu dat Van de Coevering zich nergens laat verleiden tot overdreven, stilistische buitensporigheden om de dreigende sfeer te beklemtonen. In een bijna onderkoelde stijl registreert hij de gebeurtenissen die tenslotte tot een climax leiden.’ — Friesch dagblad

‘De laatste hoofdstukken zingen lang na in je hoofd.’ — Leidsch dagblad

‘Een verrassend mooi verhaal met een krachtige onderstroom die mij meesleurde tot het einde.’ —Thomas Rosenboom

‘Het is wat ondankbaar om bij het uitkomen van een boek te roepen: wanneer komt het volgende? Laten we eerst van deze eersteling genieten.’ — Nederlands Dagblad

‘Een tijdloos verhaal.’ — Literair Magazine Passionate

‘Een ontroerende miniatuur over liefde en noodlot.’ — BN/DeStem

‘Wanneer je het boek uiteindelijk dichtslaat, houdt het je nog een hele tijd vast omdat het een krachtig en prachtig verhaal is.’ — LTO Nederland

‘Bijzonder fraai.’ — Eindhovens Dagblad

‘Het is niet alleen het grote verlangen dat de lezer meesleept. Ook Van de Coeverings stijl en techniek spelen mee. Onopgesmukt, nauwelijks bijvoeglijke naamwoorden, spannende cliffhangers. Van de Coevering is vakman.’ — Brabant Cultureel Magazine

‘Je hebt ze erbij zitten en dit is er één: zo’n schijver van wie je nog nooit hebt gehoord, zonder populaire blog of column, die opeens met een écht goed verhaal komt.’ — CJP Magazine

‘Dit boek heeft bestaansrecht op zichzelf en verdient niet alleen te worden bekeken als veelbelovende eersteling. Er is een onderhuidse spanning die maar moeilijk te duiden is.’ — Boekblad / literatuurplein.nl

‘De titel is even intrigerend als de roman zelf.’ — NBD / Biblion

‘Uit de uitvoerige analyse hierboven blijkt wel dat Ricus van de Coevering een hecht gecomponeerde roman heeft geschreven. Een stevig nummer voor je literatuurlijst. Goed te combineren met een klassieker: “De Metsiers” van Hugo Claus.’ — Scholieren.com 

‘De scène waarin Olga in een zelfvervaardigde jurk de kippenschuur betreedt, is weergaloos: er zou een film van moeten worden gedraaid. Waar je als toeschouwer natuurlijk kippenvel aan overhoudt.’ — 8weekly  (Sebastiaan Kort)

‘De nieuwe Nescio’ — BNR Nieuwsradio (Paul van Liempt)

‘Een talentvol schrijver van wie we nog veel gaan horen.’ — Trouw

‘Dit is zorgvuldig proza dat perfectionisme verraadt. Narratief gezien is het een kunstige puzzel; aan scènes is duidelijk lang gewerkt en de details verraden dat de schrijver zich flink in het onderzoek heeft gestort om ook de details te laten kloppen.’ — NRC Handelsblad * * * *

‘Ricus van de Coevering (…) komt met een ijzersterke opvolger.’ — De Telegraaf * * * * *

‘Rijke roman over familie-eer en schone schijn. Kippenvel. Opvallend tijdloos.’ — De Telegraaf

“De familiegeschiedenis, het decor, het grachtenpand: Noordgeest ademt Amsterdam.” — Het Parool (Kunst & Media)

‘Van de Coeverings tweede roman heeft lang op zich laten wachten, maar: Rome is ook niet in één dag gebouwd. Voltreffer. Van zo’n prachtig boek wil je als lezer graag veel langer genieten.’ — Eindhovens Dagblad / Wegener Media

“Een ambitieuze roman over een bonkige man. En hét bewijs dat een man wel degelijk twee dingen tegelijkertijd kan.” — NPO / NOS Radio 1 Met het oog op morgen

‘Boeiend en intrigerend.’ — Gazet van Antwerpen

‘In een prachtig opgebouwd, beklemmend verhaal sluipt het verval de pagina’s binnen. Hoe meer Willem zich vastklampt aan het verleden, hoe meer zijn kinderen zich van hem afkeren. Tot hem niets dan aftakeling rest. Maar wel een prachtig beschreven aftakeling. Ricus van de Coevering kan er wat van.’ — Ons Amsterdam Magazine

‘Ricus van de Coevering is goed.’ — Allard Schröder

‘Trefzeker en gedetailleerd.’ — Trouw, Letter & Geest

‘Of het nu gaat om het Oostbrabantse platteland, de moerassen, kippenrennen en de brandlucht van het finale zoenoffer of om het statige grachtenpand, het achterliggende benepen koetshuisje waarin de mislukte nazaten terecht kwamen, het bloederige slagerswerk van grootvader Noordgeest of het langzaam stijgende water waarin hoofdpersoon kapitein Willem Noordgeest bij een schipbreuk dreigt te verdrinken; het is allemaal even nauwkeurig en zonder effectbejag geschreven, waardoor de lezer gelooft in het verhaal. — Brabant Cultureel Magazine

‘Na het op jonge leeftijd overlijden van zijn vrouw aan ‘K’ trekt Willem zich steeds verder terug in de 17e en de 18e eeuw. Slechts het herstellen van het erfgoed geeft hem een zekere rust. Een mooi gegeven, gesymboliseerd in het afbouwen van een replica van een slavenschip van zijn verre voorouders. (…) Ja, de roman gaat ook over projectie van Europese, blanke waarden op het Afrikaanse continent. Er zit steeds een zweem in van kolonialisme en slavenhandel. Een van de oervaders had een werf waarop grote slavenschepen werden gebouwd. Willem is er eerder trots op dan dat hij zich voor zijn afkomst schaamt. (…) Noordgeest is een goede roman over ambities, over hoe ver iemand gaat om zijn waanbeelden waar te maken, om de verloren familie-eer te redden.’ — Tzum Literair Magazine

‘Wie goed oplet zal merken dat het bij Van de Coevering allemaal naar tijdloosheid verwijst.” – NRC Handelsblad * * * *

Enkele reacties van boekhandelaren:

‘De tragische ondergang van Willem Noordgeest en de moeizame verhouding met zijn kinderen is prachtig beschreven in heldere, precieze taal. Het verhaal wordt rustig verteld maar is zo meeslepend dat je het boek niet weg kunt leggen. Van Harte aanbevolen!’ — Athenaeum Boekhandel Haarlem

‘Ik kon Sneeuweieren vanochtend in de trein nèt niet uitlezen, jammer genoeg, nu moet ik tot vanavond wachten… Een prachtig (triest, aandoenlijk, spannend) verhaal en een mooie sfeertekening van een boerderijleven. Ik ga ‘m met enthousiasme verkopen aan klanten!’ — Jan Huiberts, boekhandel Linnaeus Amsterdam: 

‘Gisteravond heb ik Sneeuweieren uitgelezen. Een zeldzaam mooi verhaal. Het pakte mij al meteen vanaf het begin en dat is zo gebleven. De spanning, het onverwachte einde (je weet wel dat er iets gaat gebeuren, maar wat dan en met wie…) en de goed uitgewerkte karakters maken het voor mij een topper.’ — Bea Stroucken, boekhandel v.d. Moosdijk Someren

‘Een knap gecomponeerd drama. Er hangt iets boven Sneeuweieren dat zich niet laat vangen maar het geheel een onheilspellend contragewicht geeft, dat het pas op de laatste pagina doet kantelen.’ — Ronnie Terpstra, boekhandels Van Der Velde Leeuwarden: 

‘Als boekverkoper is het genieten om de consument te attenderen op een hele mooie roman. Sneeuweieren is wonderschoon geschreven, dicht op de personages. Prachtig. Dit boek moét je lezen!’ — Ineke Verkaaik, boekhandel Verkaaik Gouda (De beste boekhandel van 2016):

In essays:

Essay in NRC Handelsblad (door Arjen Fortuin): ‘Je zult er maar mee getrouwd zijn. Neem Harm. Er komt geen stom woord uit. Hooguit een snauw. Hij slaat zijn zoon met een klomp. Zit vaker bij zijn kippen dan in de keuken aan de maaltijd. Eieren stempelen, eieren tellen, eieren in dozen doen. Kippen controleren, kadavers weggooien. (…) Het boerenbedrijf voer eeuwenlang wel bij een handvol zekerheden: de melk- en voedertijden, de wisseling der seizoenen en de garantie dat in elk boerengezin een zoon zou worden geboren die de zaak voort zou zetten. Van dat laatste kan een hedendaagse boer niet meer zeker zijn. (…) Dat maakt de oude boeren tragisch: eenzaam zetten zij hun hakken in de modder, proberen zij een proces tegen te houden dat oneindig veel groter en sterker is dan zijzelf. Het geeft de romans gewicht, maar vooral een bredere betekenis. Veel meer dan over het oude, gaat het hier om de vraag hoe wij omgaan met het nieuwe. (…) Zo grijpt de door het lot geplaagde moeder in Sneeuweieren uiteindelijk naar de religie. Dat is niet alleen een zaak van persoonlijke zingeving, maar ook een sociale kwestie: ze is op zoek naar een gemeenschap. Dat in een boerenwereld op drift die zekerheid in de dorpskerk of het dorpsklooster wordt gezocht, heeft een zekere logica: de instelling is immers opgericht om het eeuwige en onveranderlijke te dienen. Maar ook wat dat betreft zit er een adder onder het gras met bredere maatschappelijke connotaties. Voordat ze zich bij de kerk meldt, schiet de vrouw uit Sneeuweieren de term ‘fundamentalisme’ te binnen. (…) Vrolijk zijn de conclusies niet op het boerenerf. Maar zoals vaak is het nieuws voor de literatuur beter dan voor de personages. Want de reikwijdte van deze op het eerste gezicht kleinschalige romans is groot. De boerderijen zijn hier in feite literaire proefopstellingen. De fictieve boeren zetten je aan het denken over veel meer dan het boerenbestaan alleen. Deze romans gaan over hoe mensen proberen houvast te vinden als hun bestaan op zijn grondvesten begint te schudden. Hoe ze zich dan aan het verkeerde vastgrijpen, op de vlucht slaan of wild om zich heen slaan. Waar het stedelijke straatrumoer nogal eens aan ruis en zielloos realisme ten onder gaat, slagen deze romans er wel in zinnige vragen te stellen, er antwoorden bij te bedenken en – het belangrijkst – er dan weer nieuwe vragen bij te stellen.’

Essay in Trouw (door Rob Schouten): In de grote romans van na de oorlog zul je geen boer of plattelandsgemeente meer in de hoofdrol zien, de provincie dient er nog slechts als exotisch uitstapje. (…) Maar het platteland lijkt de laatste tijd bezig met een literaire comeback. Nu in de stadsstaat Nederland dorp en boerenbevolking zo ongeveer van de kaart zijn geveegd en herstel van de natuur, zo vaak strijdig met het boerenbedrijf, de voorrang heeft gekregen, steekt een romantisch verlangen naar een soort oer-Holland met oer-Hollanders de kop op. Zoals de negentiende-eeuwers terughunkerden naar een feodale wereld vol ridders en jonkvrouwen, zo hunkeren wij terug naar een wereld van eenvoudige emoties, van harde werkers die met hun handen iets opbouwen. Sneeuweieren van Ricus van de Coevering (…) is natuurlijk in wezen een boerentragedie: de dreigende snelweg, de zoon die niet wil, de ondergang van het bedrijf.

In recensies van andere romans (o.a.):

‘Kromzicht van Max Niematz doet denken aan recente met recht geprezen romans als van Ricus van de Coevering.’ — NRC Handelsblad

‘De openingsbladzijden van Paradiso, de nieuwe roman van Kees van Beijnum, zijn schitterend. Het lijkt erop dat Van Beijnum een stevig statement heeft willen maken, en wel het volgende: Gerbrand Bakker en Ricus van de Coevering en wie allemaal nog meer in staat zijn Nederland zo mooi en weemoedig te beschrijven, doe maar weer even een stapje opzij, want hier kom ik!’ — Het Parool

.

page under construction

.

.

.

 

.

.

.

.

 .