.

Welkom

.

.

De hooier wordt graag gelezen en is verkrijgbaar in de fysieke en online boekhandel, ook als e-book en Luisterboek

.

Van de winnaar van de Academica Literatuurprijs voor het beste debuut van het jaar

~

De hooier is opgetrokken uit proza uit de school van Oek de Jong of Thomas Rosenboom, eerst en vooral mikkend op verdichting en sfeer, leunend op een indrukwekkend psychologisch inzicht.’

— NRC Handelsblad * * * *

~

‘Al vanaf de eerste bladzijde voel je dat er iets te gebeuren staat. Iets onheilspellends. Maar dat wordt nog niet met zoveel woorden gezegd. Misschien werd ik wel geïnspireerd door de titel “De hooier” om op te merken dat het onder de berg van taal broeit.’

– Frits Spits in De taalstaat NPOradio1

~

De hooier zal ongetwijfeld hoge ogen gooien in het literaire prijzencircuit van komend jaar. Terecht. Zo sober en tegelijk zo doeltreffend, het zijn er niet veel die dat kunnen. Aanstippen in plaats van erin hameren. (…) Van de Coevering maakt van de moeder, van Timo en Ruben onvergetelijke, levende personen, getekend door het leed dat ze treft.’

— Limburgs Dagblad * * * *

~

‘(…) De hooier is puur en open geschreven, alsof je zelf ook in dat dorpje woont. Je wilt blijven lezen tot het uit is.’

— Weekendmagazine Mezza bij o.a. Algemeen Dagblad, Eindhovens Dagblad, Brabants Dagblad

~

‘Schitterende roman met een indrukwekkende taalzuiverheid en onvergetelijke personages.’

— Libris Literatuurprijswinnaar Murat Isik

~

‘Arnhem is met Ricus van de Coevering een groot schrijver rijker. De hooier [is] een klein maar krachtig boek.’

— De Gelderlander

~

In Nederland is intussen wel wat gebeurd. Denk aan Boven is het stil van Gerbrand Bakker, aan Ricus van de Coevering, aan Franca Treur. Nee, streekromans moet je het niet noemen, al hebben sommige recensenten dat ervan gemaakt. Daar hoorde ik dan met Joe Speedboot ook bij. Maar dit is geen streekroman. Dit is Nederland. En daar moet over geschreven worden. ‘

— Tommy Wieringa in tijdschrift Liter (DBNL)

~

‘Van de Coevering schetst een adolescentenbrein dat mikt op rechtlijnige uitkomsten, maar verknoopt blijft met het kromme in het levenslot. Mooi is ook hoe de contouren zich aftekenen van een innerlijke ruimte in zijn geest, waarin verlangens en gevoelens hun dominantie verliezen, en Timo tot zelfbesef komt.’

— Friesch Dagblad

~

‘De hooier is een tijdloos verhaal over schuldgevoel en verdriet, over onmacht en woede. Melancholiek van ondertoon, zorgvuldig en trefzeker opgeschreven.’

— Noordhollands Dagblad

~

De hooier imponeert door de bijna schilderachtige landelijke sfeer, gevat in zorgvuldig opgebouwde zinnen. (…) Bij tweede lezing krijg je nog meer bewondering voor het vakmanschap van de schrijver.’

— Nederlands Dagblad

~

‘De hooier krijgt veel literaire lof en belangstelling en die is terecht.’

— NBD Biblion (Nederlandse Bibliotheek Dienst)

~

‘”Het dompige moest boven,” staat er dan. Eén zin die veel, zo niet alles zegt.’

— Het Parool

~

‘Wat Van de Coevering beschrijft, doet je als lezer vele malen dieper doordenken dan drie vuistdikke romans van A.F.Th. van der Heijden of het te uitgebreide Otmars zonen van Peter Buwalda. De hooier is een schitterende roman.’

— Kees van der Pol, scholieren.com

~

‘Je wilt er als lezer lekker lang over doen. Talentvolle, bedachtzame auteur.’

— Magazine Brabant Cultureel

~

‘Intrigerend, gelaagd verhaal. Schitterende beschrijvingen. Het typische rivierlandschap met weiden, afgelegen boerderijen waar zon, regen en wind vrij spel hebben, zie je voor je.’

— Arnhem-direct Magazine, door K. Crone (zoon van schrijver C.C.S. Crone naar wie de Crone-prijs voor Literatuur is vernoemd)

~

‘Prachtige poëtische, filosofische roman van Ricus van de Coevering. Via Kubrick, Strauss, Nietzsche, Rammstein en de volmaakte mens naar het besef dat je zo’n wezen in je eigen verbeelding verwekt.’

‘Prachtig sober weet Van de Coevering de worstelingen van zijn personages aan te bieden, dialogen die bijna natuurlijker zijn dan die in het echt. In De hooier toont Van de Coevering zich een meester in de verbeelding.’

Hebban